Home

Contextbegeleiding ifv autonoom wonen

De afdeling "Contextbegeleiding i.f.v. autonoom wonen" begeleidt 8 jongeren tussen 17 en 21 jaar.  Het gaat om jongeren die de stap willen zetten naar zelfstandig wonen en hierbij begeleid en ondersteund worden.  Dit kan een vervolgtraject zijn voor jongeren die voorheen verbleven in een leefgroep of kamertrainingscentrum.  Jongeren kunnen ook rechtstreeks aangemeld worden voor deze werkvorm.
De duur van contextbegeleiding i.f.v. autonoom wonen (CBAW), kan heel verschillend zijn.  Men begint altijd met een periode van 6 maanden.  De gemiddelde begeleiding duurt tussen de zes en achttien maanden.

Bij contextbegeleiding i.f.v. autonoom wonen verblijft de jongere op een door hem gehuurde studio, flat of huis in de stad en wordt hij begeleid door de woonbegeleider van de afdeling verblijf.  De CBAW-begeleiding is intensief: de jongere wordt (zeker in de beginmaanden) op verschillende gebieden (praktisch, administratief, financieel, emotioneel) ondersteund.

De begeleiding verloopt in 3 verschillende fases.  Kenmerkend voor deze fasering is enerzijds het verminderen van de frequentie van de begeleiding om tenslotte volledig uit te doven, en anderzijds het verschuiven van het accent van inhoudelijke werking naar het psychosociale luik.

  • Fase 1

In deze fase gaat er veel tijd naar praktische zaken (in orde brengen woning, aanvraag leefloon, aanvraag huursubsidie, mutualiteit, ...  In deze fase doet de woonbegeleider veel zaken samen met de jongere.

  • Fase 2

Hier wordt er vooral een beroep gedaan op de zelfverantwoordelijkheid van de jongere.  De jongere plant en structureert zijn eigen leven.  De begeleiding bestaat dan vooral in het evalueren en het eventueel bijsturen van de planning.

  • Fase 3

Dit is de afbouwfase.  De jongere plant zijn leven volledig zelfstandig.  De begeleider ziet er enkel nog op toe dat de jongere zijn taken, administratie, afspraken…. goed blijft opvolgen.  De begeleider is nog steeds beschikbaar bij crisismomenten en bij problemen waar de jongere zelf geen oplossing voor vindt.  Indien de jongere nog beroep moet doen op externe diensten worden deze gecontacteerd en op de hoogte gebracht.